Zomaar iets over mezelf

Ach ja, blijkbaar ben ik nu eenmaal geboren om mensen te laten lachen. Die zonnige lenteochtend van 1 april (zie je wel!) 1957 zag ik Ivo Louis Maria te Turnhout het eerste levenslicht. "Een zoon!", moet mijn vader geroepen hebben. "En dan nog een linkhandige!", zo bleek wat later. Enfin, na enkele tellingen en hertellingen bleken er toch voldoende vingertjes en teentjes aan vast te zitten. Dat was al iets.

Ik was terecht gekomen in, wat men noemt, een modaal gezin van flink werkende mensen. Zuinig, maar toch gul. De deur stond er altijd open en bij zwoele zomeravonden genoten we op een stoel tegen de voorgevel.

Heel mijn jeugd heb ik geravot te Oosthoven, een landelijk gehucht van Oud-Turnhout. Het schijnt dat de Kempische klei in Oosthoven zich uitstekend leent om er theatermensen in op te kweken. Vraag het maar eens aan Micha Marah, aan Stanny Crets of aan Margriet. In mijn binnenste voel ik me met hen verwacht als Bescheiden Vlaming.

Met vrucht - vandaag de dag noemen ze het "grote onderscheiding" - doorliep ik bij de nonnekes achter de kerk de kleuterklassen. In't eerste studiejaar van het dorpsschooltje werd ik plots geconfronteerd met onze beenharde maatschappij. Eén van de regels van de meester was: uwe pennenstok in het juiste polleke pakken. En die regel heb ik verdorie nog veel gevoeld... op de kneukels van mijn verkeerd polleke. Tot hilariteit en algemeen gelach (zie je wel!) van de andere snotters in de klas. Het heeft niet mogen baten. Ik schrijf nog steeds links.

Over de rest van mijn studies ga ik niet te ver uitweiden. Ik wil het positief houden. Misschien nog één ding: doorheen de schooljaren bleken mijn opstelletjes steeds gemiddeld vier maal langer dan de overigen. En als er dan zo'n opstel te schrijven viel, was ineens heel de klas mijne kameraad. Straf hè! Eén keer is het voorgevallen dat ik een opstel terug kreeg met een grote rode NUL erop. Het schooljaar was pas begonnen den die meester kende me nog niet zo goed. Volgens hem had ik het zogezegd niet zelf gemaakt, maar ergens uit een boek gehaald. Totdat ik het in zijn bijzijn bijna letterlijk kon herschrijven. Uit wraak noemde ik hem, ongemerkt weliswaar, van toen af DE NUL. Ik denk dat hij heel zijn verdere loopbaan met die bijnaam is blijven zitten.

Op een septemberdag in 1976 zag ik haar voor het eerst. Marina! En ik zag voor het eerst hoe wonderschoon onze wereld toch wel is. Een prachtige jongedame van zestien lentes. Ik zou er zelfs rechts voor gaan schrijven. Met een klein briefje (!!) "vroeg ik het aan" en ze zei nog "Ja" ook. Op 20 april 1979 ben ik getrouwd. Op dezelfde dag als zij. Het regende die dag. Desondanks is ze vandaag nog steeds mijn vrouw.

Na flink wat repetities in onze zoon, Pieter, geboren. We schrijven 1984.

Beroepshalve zijn we met ons gezinnetje naar Retie verhuisd.

En daar is het zowat begonnen...